Den Engelsche - ne halve of ne hele ???

Gepubliceerd op 4 februari 2022 om 18:23

Volksdansen is geen dode materie, integendeel… het leeft, zowel nu als vroeger.
En zeker wanneer je in archieven blijft snuisteren…  Het blijven boeiende verhalen!

Wat ons echter opviel bij het nader bekijken van de dansbeschrijving van “den Engelsche” is volgende vermelding:  deze dans wordt uitgevoerd met een poos (“halve”), gedurende dewelke de dansers ter plaatse blijven staan, en in afwachting dat de muziek herneemt.

Eenzelfde vermelding vinden we in de archieven van Renaat Van Craenenbroeck.

Was het om dorstig muzikanten te laven, of om het “dansgeld” op te halen?

Tot in de jaren 1930 werden bij (kermis)bals muzikanten per dans betaald.  Wanneer ze de dans hadden gespeeld stopten ze de dans en gingen het geld ophalen van die dans. In het begin van de 20e eeuw was dat een 4 centiem per koppel.  In de jaren 1930 was het zo een 10 cent per paar. Na de dans werd de dans verder gespeeld of hernomen. 
Meestal werden er langere dansen gedanst omdat anders het dansplezier zou bederven als men tijdens kleinere dansen zou stoppen.

Bij het een bruiloft of teerfeest van een vereniging kregen de muzikanten een op voorhand afgesproken prijs betaald.  Dan was het geen probleem om ook kleinere dansjes te spelen.  Misschien hadden die muzikanten meer dorst zodat ze halverwege iets moesten drinken 🙂)))

Oude volksmuzikanten “Fraanske” Verheyen uit Ekeren en Guillaume Oerlemans (de “Gilliom”) uit Kalmthout vertelden vroeger veel verhalen over deze dansfeesten. Zo gingen zij regelmatig “met de klak” rond, soms werd zelfs een hanske-knap gebruikt.  Ook vertraagden zij soms de dansmuziek tot er terug wat geld “in het bakske” werd gesmeten.

Dirk Weyn (Jovolka Kapellen) vertelde ons dat die "halve" sloeg op de halve "sou" die iedereen in de klak moest leggen om verder te spelen. de waarde van een "sou" durfde nogal eens variëren (cfr café 't Half Souken in de Antwerpse Hoogstraat).

Wanneer de muzikanten dorst hadden speelden zij wel eens als intro een gekend melodietje en zongen dan “’t orkest héé duist” (het orkest heeft dorst) …. en ze werden dan voorzien van het nodige gerstenat…  Want “zonder drank gene klank”.

 

Om de herkomst van een dans te kennen kan men niet altijd afgaan op de naam van den dans.  Maar bij 'den Engelsche' is het vrij duidelijk : na het A-deel horen we duidelijk ‘The Soldiers’ Joy’. Dit is sinds de 18e eeuw een van de populairste Britse hornpipe-melodieën. Toch duidelijk een Britse komaf ?

In de 19e eeuw zou er een afgeleide vorm van de Horn-pipe (oorspronkelijke naam van de Horlepiep) bestaan hebben onder de naam L’ Anglaise (letterlijke vertaling De Engelse) die uitgevoerd werd in openbare gelegenheden en aan boord van schepen.  Dansen op schepen ????

Wel ja, reeds in de 18e eeuw hadden oorlogsbodems dansmeesters aan boord met de bedoeling  om de matrozen lenigheid én discipline bij te brengen.  Deze dansmeesters zetten hun beste leerlingen ertoe aan om in de balzalen dergelijke horn-pipes en anglaises voor het publiek te dansen.  Het ging wel degelijk om solo-mannendansen waarvoor een zeer goede danstechniek nodig was.   Brachten Britse matrozen deze dans bij ons in het Antwerpse aan land ? Waren er toch vormen die eenvoudig genoeg waren om in de danszalen door iedereen gedanst te worden) [1] ?

In ieder geval, deze mengeling van verschillende dansgegevens (hornpipe – anglaise) maakt dat hij een buitenbeentje is maar eentje waarbij het de moeite is om met de beentjes te zwaaien…

 

[1]             Traditionele muziek uit Vlaanderen, Wim Bosmans, Davidsfonds Leuven, 2002, p. 106 (Renaat Van Craenenbroeck)


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Dirk Weyn
8 maanden geleden

ik heb me laten vertellen dat die "halve" sloeg op de halve "sou" die iedereen in de klak moest leggen om verder te spelen. de waarde van een "sou" durfde nogal eens variëren. cfr café 't Half Souken in de Antwerpse Hoogstraat