Het leven van alledag ver-taald..

Gepubliceerd op 20 november 2021 om 19:08

 

Vertalen gebruiken we als we een zin of tekst in een andere taal zetten, dus omzetten van het een in het andere.  Zo kunnen we ook het dagelijkse leven op de boerderij vroeger omzetten in spreekwoorden en gezegden. 

Jaak Reyners was ‘gastheer’ op de boerderij van Helchteren op het domein Bokrijk van 2013 tot 2019.  Een paar dagen voor hij op pensioen ging, kwamen we bij ons bezoek aan het domein op zijn boerderij terecht. Werkelijk van àlle voorwerpen die er aanwezig waren kende hij de uitleg èn bijpassend spreekwoord of gezegde.  Al luisterend verloren we de tijd uit het oog.  Luister/lees je mee ?

‘Met een huis bedoelen we tegenwoordig het hele gebouw. Vroeger bedoelde men met ‘het huis’ het woongedeelte van de boerderij.  Er was geen hal, maar je kwam direct in de woonkamer terecht.  ‘Je viel met de deur in huis’.  

Dit gezegde vindt zijn oorsprong in de koude winterdagen. Als het heeft gesneeuwd en je loopt op klompen buiten, gaan er klonten sneeuw onder de klompen zitten. Als je weer naar binnen gaat en de deur opendoet, kan het gebeuren dat je door de aangeklonterde sneeuw uitglijdt, de deur vliegt open en gaat met een klap tegen de muur aan. Het gesprek binnen stopt door de schrik en alle aandacht was op het slachtoffer gevestigd.

Tegenwoordig gebruikt men het in de betekenis van ‘onmiddellijk ter zake komen’. 

De boer, hongerig van het zware werk, kwam thuis en vroeg direct : wat schaft de pot ?  Daarmee bedoelde hij de kleine ketel die in de open haard aan de haal hing. In de grote ketel werd ’s winters het eten voor de koeien gekookt.  Het putwater dat ’s winters gebruikt werd, moest (ook voor de mensen) gekookt worden.  Dit stilstaand water kon nogal eens verontreinigd zijn bv. doordat er een dode muis in viel of ander ongedierte.  Daarom werd het eten voor de veestapel  gekookt.  Mensen hadden daar een andere oplossing voor.. ze kookten hun water of dronken bier.  Dit vonden ze meestal véél lekkerder.   Dus wat schaft de pot ?

Het eten was nog niet klaar, dus zei de boer : vrouwke, steek maar een tandje bij.  Dus laat het maar vooruit gaan. Dan werd de kleine ketel een paar tandjes lager gehangen aan de zaaghaal zodat de pot dichter bij het vuur kwam.

Dat het eten nog niet klaar was had deze keer zo zijn reden.  De lekkere geuren die uit de ketel op het vuur kwam, ging ook langs de schoorsteen naar buiten.  Dat hadden natuurlijk een paar schelmen geroken die al langer de boerderij in het oog hielden. Ze hadden gezien dat de boer noch de knechten aanwezig waren.  Dus stormden ze binnen in het woonhuis, namen de ketel mee en zetten het op een lopen.  Ze waren ermee ‘aan de haal’.   Ze hadden de ketel van de zaaghaal genomen.  Het werkwoord ‘halen’ kan ook de betekenis hebben van ‘hard lopen’.  Dat was dus de reden waarom de boerin opnieuw moest beginnen en zo de boer en het gezin wat langer op zijn maal moest wachten.

Uiteindelijk kon men gaan eten.  Grote families, dus werd er in twee keer gegeten. Eerst de mannen en dan de vrouwen. (ik hoor sommigen al zeggen : zoals het hoort 😊)

De tafel werd in het midden van de kamer gezet en de pot kwam op tafel.  Iedereen zat al met de lepel in de aanslag.  Geen lepel, geen eten.  Dus was men zuinig op de eigen lepel. 

Vandaar het gezegde : hij heeft zijn lepel neergelegd (hij is overleden).

Soms was het geen pot maar een grote pan die op de tafel kwam.  Het jonge geweld was in de pot aan het soppen, aan het dringen, aan mekaars kleren trekken en ruzie maken.  Pa zei niets maar zette direct orde op zaken.  Hij deelde ‘een veeg uit de pan’ uit.  Daar werden geen woorden aan vuil gemaakt.’ 

 

Nu we toch aan het eten zijn, hier volgt het recept van ‘Bokrijksoep’ (recept gekregen van Jaak). Bij het binnenkomen kregen we een lekkere beker soep .  Het was dus ‘een warm onthaal’.

 

 

Ingredienten :

8 vastkokende aardappelen, 2 ajuinen, 3 koffielepels mosterd, 4 laurierblaadjes, bakboter.

 

Aardappelen schillen, in blokjes snijden en koken en afgieten.  Het kookvocht wel bewaren.

De ajuinen eveneens in kleine stukjes snijden en bakken in boter.  De laurier scheuren of perforeren we om meer smaak te krijgen.  We voegen de mosterd en laurier toe aan de ajuinen en laten nog even voort garen. 

Dan voegen we er het kookvocht van de aardappelen bij en laten alles 5 minuten koken.  Vervolgens voegen we de aardappelblokjes bij en alles goed mengen. 

 

Ik verzeker je, bij grijze koude dagen, smaakt dit heerlijk !

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.