Tachtigjarigen en de Zevensprong

Gepubliceerd op 16 augustus 2021 om 21:46

Trekt deze titel jullie aandacht?

 

Een krantenartikel met deze titel uit de jaren “stillekes” maakte ons ook nieuwsgierig naar meer.

Met dank voor de informatie ons bezorgd door Gert Celen, hoofdman van de Sint-Christoffelgilde van Kapellen.

 

Gert was vroeger gildelid van de nu slapende Kapelse Sint Sebastiaansgilde. Hij wist te vertellen dat het 100 jaar geleden is dat er in Kapellen een groots gildenfeest werd georganiseerd, een zekere voorloper van de huidige gildefeesten bij de HGK (Hoge Gildenraad der Kempen.

Foto : 'De zevensprong' uitgevoerd  door Sint-Sebastiaansgilde uit Kapellen

 

Hieronder enkele leuke aangesneden onderwerpen van dit artikel en van deze

  • Het interview werd afgenomen bij de “raad”, met Mon De Beuckelaer als griffier, hoofdman “Fitte” Janssens, Jaan De Beuckelaer (80), Josefa Nuyts (83) en Trientje Pittoors (83) die allen nog actief meedansen.
  • Zij dansten bij optredens een vast programma waarbij ze “krachttoeren” uithaalden, zoals de Zevensprong, de Mazurka, de Polka, de Klepperdans, de Lansier, de Poppekensdans, en hun eigen Kadril, …
  • In 1949 danste Paulina Dom (°1864) op het einde van de Kapelse Kadril nog een solo… Ze zou, in uithoudingsvermogen, nog goed kunnen kampen tegen menige jongere.
  • Jaan bespeelde met zijn 80 jaar de fiedel en wil er nog minstens 10 jaar bij doen. “zijn vader is er 98 geworden” brengt hij naar voren, “en toen viel hij ineens om”.
  • Traditionele dansen worden van generatie op generatie overgeleverd. Hoofdman “Fitte” Janssens en zijn vrouw Anna doen er gemiddeld een jaar over om hun mensen een bepaalde dans aan te leren.
  • Hun dansgroep traden soms 2x per dag op, met hoogtepunten tijdens de wereldtentoonstellingen in 1935 en 1958
  • Jaarlijks hoogtepunt was Putse Kermis met koekloterij en janhagel happen. Op de schreve tussen Putte (NL) en Kapellen (B) werd er duchtig verbroederd: in de vroege ochtend trok men in stoet en onder trommelbegeleiding te voet de grens over, goed voorzien van jeneverstopen en -glaasjes. Een vat bier werd op een kar meegevoerd.
  • Vooraan de stoet liepen de gesluierde mannen, zo genoemd omdat ze een lint over hun borst droegen. Ook de vrouwendeken was erbij: een soort “biechtvader”, aan wie de gildezusters hun klachten kwijt konden.  De gildezusters droegen witte kanten mutsen in naaldkant. Men kan deze niet meer namaken omdat het geheim van de fabricatie met de oude naaisters mee in het graf zijn gegaan.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.