Hubert Boone 70 jaar muzikant

Gepubliceerd op 11 mei 2023 om 21:07

Hubert Boone viert in mei 2023 zijn 70-jaar muzikant zijn. Deze viering gaat door op zondag 14 mei  te Kampenhout met een groot benefietconcert, ten voordele van een hulpbehoevende familie in Oezbekistan.

Naar aanleiding daarvan willen we Hubert Boonen zelf even ‘belichten’.

Hubert Boone kreeg zijn eerste muzieklessen van de gebroeders Mil en Jean Penninckx, respectievelijk kleermaker en beenhouwer in zijn geboortedorp. Van 1953 tot 1956 speelde hij cornet in de plaatselijke fanfare Sint-Stefanus en leerde zo ook het traditionele repertoire kennen van de oude generatie volksmuzikanten. Dit repertoire fascineerde hem van jongs af.  Want als er gefeest werd, speelden die oude muzikanten plots heel andere stukken: polka’s, walsen, mazurka’s.

Van 1957 tot 1963 studeerde hij aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Brussel: notenleer, altviool, harmonie, contrapunt en fuga. Daarna was hij een tijdlang altviolist aan de Koninklijke Vlaamse Opera (KVO) van Antwerpen.

In 1968 werd H. Boone wetenschappelijk medewerker aan het Muziekinstrumentenmuseum (MIM) van Brussel waar hij meer dan dertig jaar werkte.   Als onderzoeker publiceerde hij verschillende artikels en een aantal uitgebreide monografieën over de Vlaamse-Waalse en Europese volksinstrumenten: De hommel in de Lage Landen (1976), De doedelzak (1983), De mondtrom (1986), Het accordeon en de voetbas in België (1990), Volksinstrumenten in België (1995, i.s.m. Wim Bosmans).

Het belang van Hubert Boone voor de Vlaamse volkskunst- en Belgische folkscène is niet te onderschatten...  Dansers die dansen op de tonen van de Wals van Kortenberg, de Polka van Perk of de Scottisch van Zaventem staan er waarschijnlijk niet bij stil, maar deze balhits werden jaren geleden opgetekend door Hubert, die 35 jaar lang door het land trok op zoek naar oude melodieën.  Hij was de eerste die de Vlaamse instrumentale traditie uit de vergetelheid haalde.  Hij nam er geen genoegen mee zijn onderzoekswerk op te bergen in archiefkasten maar richtte in 1968 de groep ‘De Vlier’ op.  Deze groep bracht ook voor het eerst weer vergeten muziekinstrumenten in de belangstelling zoals de hommel en de doedelzak die door Hubert Boone nauwgezet werden nagebouwd.  Al gauw kreeg de muziekgroep het gezelschap van een dansgroep, trouw zijnde aan de traditie.  Hij is niet alleen de stichter van De Vlier,  in 1978 volgde ‘Het Brabants Volksorkest’ en in 2000 het ensemble ‘Limbrant’. 

Zijn interesse voor wat er zich buiten onze grenzen afspeelt is groot. Reeds in 1966 had hij contacten met Bulgaarse musicologen en in 1970 ontmoette hij Philippe Koutev, de grondlegger van ‘Mystère des voix Bulgares’ en had contacten met Denijs Dille (voormalig directeur van het ‘Bela Bartok-archief’ in Budapest), met Konstantin Vertkov (Russische organoloog); …

Vanaf 1990 maakte hij opnamen van traditionele muziek in verschillende streken van de voormalige Sovjet-Unie (ze verschenen ook op CD)en bij de Koerdische gemeenschap van Armenië, i.s.m. de musicologe Djamila Djalil.

 

Ondertussen had hij nog deze publicaties op zijn archief : Instruments populaires en Belgique (2000), Traditionele Vlaamse Volksliederen en Dansen (2003), Dansmelodieën uit de Vlaamse volksmuziektraditie (2010) en Brabantse danstradities Vol. I (2013)

 

In de bundel “Traditionele Vlaamse Volksliederen en dansen” werd  een deel van de persoonlijke verzameling van Hubert Boone met volksliederen en dansmelodieën opgenomen. Het is een standaardwerk met 182 melodieën, waaraan een goede zeven jaar gewerkt is.  De thema's zijn voorzien van een muziekhistorische inleiding, met talloze verwijzingen naar de originele bronnen en buitenlandse varianten.  Het geheel is geïllustreerd met afbeeldingen van dansorkesten, ensembles, feestende schuttersgilden, oude balkaarten etc.

Dansmelodieën uit de Vlaamse volksmuziektraditie (2010) brengt niet minder dan 600 dansmelodieën in één bundel samen. De melodieën zijn in een bijna kalligrafisch handschrift uitgeschreven en vervolgens in gescand. Dit is het resultaat van het werk van vijf dagen op zeven van 8u30 tot 13u, en dit gedurende twee jaar (2006-2007).   Deze gedrevenheid leverde een standaardwerk op, één van de grootste bundelingen van dansmelodieën in West-Europa. De uitgebreide bibliografie nodigt dan ook uit tot verdere informatiezoektochten

Ook de bundel “Brabantse danstradities vol.I ” mag hier niet ontbreken. Eerder opgetekende dansmelodieën worden in dit boek verder uitgelegd en voorzien van dansaanwijzingen. De melodieën zijn weergegeven zoals ze werden uitgevoerd bij de opnames. Niet minder dan vier ensembles werken aan de CD mee : het ensemble Limbrant, , de Waalse groep A Râse dè Tère, de groep Crooniek uit Kampenhout en het gezelschap De Fijnbesnaarden .

Sommigen zeggen: ‘Het gemeenschapsleven in België is verdwenen, dus die volksmuziek moet dan maar mee verdwijnen.’ Daar is Hubert Boone het helemaal niet mee eens. “Als je ziet wat een rijkdom aan melodieën en instrumenten de Belgische volksmuziek kende! Er waren bijvoorbeeld veel meer instrumenten geïntegreerd dan in de gelauwerde Ierse traditie. Moeten we dat dan zomaar laten wegebben alsof het niets is? Ik voel het aan als een civiele plicht om dat niet te laten wegebben.”

Dat er nog altijd veel mensen geïnspireerd zijn door al deze melodieën en ze met plezier ten gehore brengen, daar kunnen we Hubert Boone voor een groot deel dankbaar voor zijn.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.