Nieuwjaarszingen met de rommelpot

Gepubliceerd op 30 december 2021 om 20:59

Vroeger stelde een ongeschreven regel dat het zingend rondgaan voor geld (bedelzingen) toegestaan was binnen de 12 dagen tussen Kerstmis en Driekoningen.  Oorspronkelijk was het een traditie die door volwassenen werd beoefend. De arme bevolking ging van deur tot deur voor wat extra geld of eten om de harde wintermaanden  door te komen. Tijdens de feestdagen werden mensen geacht om genereuzer te zijn.

De rondtrekkende zangers maakten handig gebruik van dit gegeven en speelden in op de christelijke naastenliefde. Het opportunistisch gedrag van (dikwijls gemaskerde) bedelzangers leidde vaak tot  misbruik. Ze plakten nieuwjaarsbriefjes op de huizen en vertrokken slechts als ze een fooi gekregen hadden. 

In 1553 werd het verboden om maskers te dragen, dit om de rust op straat terug te brengen. In 1772 werd te Turnhout het “rondgaan” afgeschaft en zelfs zwaar beboet. Een andere, oudere vermelding stamt uit Olen. Daar beslisten de schepenen in 1662 om maatregelen te treffen tegen de zangers en vagebonden. De graanprijs was zodanig gestegen dat het bedelen van brood op de feestdagen per ordonnantie verboden werd. 

In Verbodsbepalingen uit de 18e en 19e eeuw staat dan weer  te lezen hoe agressief de bedelende groepen werden, vooral na het consumeren van sterke drank. Ook degenen die iets gaven aan de zangers werden beboet. Zangers van buiten Olen kregen zelfs een boete van 6 gulden. Maar echt volledig verdwijnen deed deze traditie nooit, enkel de volwassenen verdwenen uit het straatbeeld en werden vervangen door kinderen. Dat gebeurde vanaf de 19de eeuw.

Vandaag de dag lopen nog altijd kinderen met oudejaar al zingend door de straten.  Heb jij ooit met de rommelpot rondgelopen met oudejaar?

De rommelpot (die soms ook nog foekepot wordt genoemd) is een oud volksmuziekinstrument. Oorspronkelijk werd over een aardewerken pot een natte varkensblaas gespannen.  Door dit vlies werd een stokje (een rietstengeltje) gestoken en met touw aan dat vlies vastgemaakt. Zodra de varkensblaas was opgedroogd, was dit instrument bespeelbaar. Met een wrijvende beweging met de hand wordt het stokje aan het trillen gebracht.  Deze trilling wordt overgebracht op het vlies en versterkt door de pot die als klankkast dient.  Men kan de rommelpot ook bekijken als een soort strijkinstrument.

In de aardewerken ‘rommepot’ werd vroeger room (romme) tot boter gekarnd. Vermoedelijk is vandaar de naam ontstaan.  Het geluid dat wordt voortgebracht klinkt niet al te “proper”, het lijkt op een soort hijgen. De naam foekepot komt waarschijnlijk uit een soort klanknabootsing van dit geluid.

Ook in o.a. Frankrijk, Italië, Duitsland, Hongarije, Nederland, Denemarken... is dit instrument in gebruik.

Met oudjaar kent men nog altijd, in de Noorderkempen,  dit Nieuwjaarszingen met de kinderen.  Zij zingen een liedje en krijgen meestal een stuk fruit, een snoepje of een centje. ’s Avonds komen in Essen, Kalmthout, Stabroek, Berendrecht en Zandvliet verklede jongelui in actie om zingend van deur tot deur geld op te halen. Geld dat zij gebruiken om de overgang naar het nieuwe jaar te bekostigen. Zij gebruiken muziekinstrumenten als de rommelpot, hanske knap, blokviool, rammelaars… Soms wordt ook een eigengemaakte “plukker” (contrabas-achtige) gebruikt, waar een opgeblazen varkensblaas als klankkast dient. In die streken wordt die activiteit “rommelpotten” genoemd.

 

Men zingt daar volgende tekst, uiteraard flink voorzien van rommelpotgeluiden :

Rommelpotterij, rommelpotterij

geef me een centje en dan ga'k voorbij

'k heb geen geld om brood te kopen

daarom moet ik met de rommelpot gaan lopen.

rommelpotterij, rommelpotterij,

geef me een centje dan ga'k voorbij

 

Andere wijsjes zijn/waren :

Hier woont nog een goede vrouw

Die ons wel wat geven zou.

Lang mag ze leven

Veul mag ze geven

Honderd jaar op deze dag

Hoop ik dat ze nog leven mag.

Ja ’t is waar, ja ’t is waar :

‘k Wensch u nen zaligen nieuwejaar.

 

In Maaseik zingen ze :

Nieuwejaarke zoete,

Onze verken heeft vier voeten

Vier voeten en een steert,

Mijn lieken is een centje weerd.

 

In Kleine-Brogel zingen ze :

Op eenen nieuwejaarsavond

De bakker sloeg zijn wijf,

met een heeten klippel

Zo deerlijk op heur lijf ..

De klippel die brak

De vrouw die sprak

Ze liepen naar den oven

Om patatten te stoven

Patatten en laberdaan

Wilt ge ze niet eten laat ze staan

Wat zullen ze voor den bakker geven.

Voor zijnen Nieuwjaar ?

Een kinderen in een wiegsken,

Met zwarte krullekens haar,

Drol, drol, drol

Geef den bakker een schup op zijn bol,

Dat hij van de trappen rol…

 

Wanneer mensen niks gaven, krijgen ze dan dit weer te horen :

Pin, pin, gierige pin !

Hier woont ne gierigen duvel in !

 

Of

Hoog huis, laag huis

Hier woont ne gierige duvel in huis.

 

 

In Noord-Brabant bestaat ook een volksdans genaamd “Rommelpot” die met een rommelpot als begeleiding wordt gedanst.

 

Ter elfder ure kregen we volgend leuk liedje toegestuurd van Hugo Bulterijst.  Dit liedje werd een 70 tal jaar geleden gezonden regio Hemiksem :

Op ene nieuwjaars s'avonds

Sliep, ik bij mijn vader

Mijn vader wou het niet hebben

Ik sliep in de bedde

bedde was te diep

Het riet was te scheerp

Dan sliep ik in de kerk

De kerk was te vol

dan sliep ik bij de mol

De mol was te voës

Dan sliep ik maar in mijn vader zijn toebakdoos

 

Voor u gelezen uit :

Nederlandsche volkskunde : Vlaanderen, div. auteurs, 1931

Volkskunde in Limburg, Jules Frere, 1992

Eigen aard, Peeters, K.C., 1946.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Gert Laekeman
5 maanden geleden

Het Instituut voor Vlaamse Volkskunst (IVV) publiceerde 'de Rommelpot', een dans gecreëerd door Kris Dierickx (Volkskunstgroep Reynout, Dendermonde). Voor meer informatie: lees 'Volkskunst' 2021; 45 (4): 7-16.