De schreefdans

Gepubliceerd op 26 juni 2021 om 21:19

Wie schreef dit ? Wat is dit ? Waar komt dit vandaan ?

Met een knipoog naar Paul Jambers (Wie zijn ze, wat doen ze, wat drijft hen)….

 

 

Maurits Verdonck  (Gent 21 april 1879 – 1 maart 1968)

Begonnen als maker van turntoestellen, kwam hij bij de katholieke turnverenigingen terecht en werd een succesrijke sportman. Hij was Belgisch roeikampioen en behaalde tijdens de Olympische spelen van Parijs in 1900 een zilveren medaille. Op 30-jarige leeftijd begon hij aan de studie Lichamelijke Opvoeding aan de RUGent. In 1920 behaalde hij het doctoraat, in 1925 werd hij docent en in 1939 hoogleraar. In die functie leidde hij aan de RUGent de eerste generatie Nederlandstalige licentiaten lichamelijke opvoeding op.

Tijdens de IJzerbedevaart beeldde hij Vlaamse liederen en episodes uit de Vlaamse geschiedenis uit (tableaux vivants), evenals op talrijke andere manifestaties van Vlaamse verenigingen als het Verbond der Vlaamse Oud-strijders, het Davidsfonds en de Vlaamse Toeristenbond.

Weerslag hiervan is te vinden in zijn boek ‘Muziek en zang in beeld en beweging. Deel I: Symbolische uitbeelding van Vlaamse liederen’.

In deel II: ‘Dansen en Spelen’ staat de Schreefdans genoteerd.  De melodie is opgenomen door het Kliekske op de CD ’t Kliekske ‘In ’t Staminee’.  De groep Reuzegom (Leuven) heeft op basis van de beschrijving van M. Verdonck een eigen schreefdans gemaakt. 

IVV publiceert deze dans in zijn tijdschrift ‘Volkskunst’, editie mei-juni 2021.

 

In het Nederlands kent men het woord vooral van de uitdrukking "over de schreef gaan": een vastgestelde grens overschrijden.

Het spreekwoord vindt zijn oorsprong in het oude Griekenland. De steengraveerders, die teksten schreven in steen, moesten eerst de eind- en beginpunten van hun letters uitkerven (de schreef). Bij het graveren in steen gaat het bijna altijd om hoofdletters, waardoor men die schreven goed kon gebruiken. Op die manier kon de graveerder niet voorbij de schreef kerven. De zegswijze betekent dus dat iemand uitschiet uit de schreef waar een letter in gekerfd moet worden (te ver gaan). Schreef(je) is in het Nederlands een synoniem voor streep(je), zoals blijkt uit de uitdrukking "een schreefje voor hebben", hetzelfde als een turf op een kerfstok of papier.

Er zijn ook andere verklaringen die de ronde doen. Zo zou een schreef een meetlat zijn, die in de middeleeuwen in steden gebruikt werd. Als poorters (de burgers van een stad) bezoek meenamen, moesten die bij het binnengaan van de stadspoort hun messen laten zien. Deze werden gemeten met de schreef. Als het mes ‘over de schreef’ ging, moesten de bezoekers hun mes inleveren en kregen ze het pas weer terug als ze de stad verlieten. In sommige gevallen kregen ze een boete. Het geld dat deze boetes opleverden, werd gebruikt voor stadsbouw. Op deze manier droegen de mensen dus ‘een steentje bij’ aan de stad.

In de omgangstaal is "schreef" een vrij algemeen woord voor "grens". Bij werpspelen met centen, noten, knikkers of jetons gebruikt men het woord schreef voor een grensstreep op de grond: de voorwerpen moeten zo dicht mogelijk bij de schreef worden geworpen, maar die over de schreef gegooid worden, worden niet geteld. Bij het dobbelen is een schreef een krijtstreep op een boord (zie pitjesbak) om een waarde aan te geven.

Als je tijdens je cafébezoek wou bewijzen dat je niet zat was werd een schreef of een krijtlijn getrokken.  Dan moest je een schreefdans uitvoeren zonder ‘over de schreef’ te gaan.  Of je viel glorieus door de mand… 

 

Zoek je in de Nederlandse Liederenbank de term ‘schreefdans’, dan krijg je volgende resultaten.  (Gelukkig bewaart deze Liederenbank zowel Vlaamse als Nederlandse liederen)

In de publicatie van Laura Hiel (1931), Kinderspelen en liederen uit het land van Dendermonde, staat bij de afdeling: ‘Ronden, reidansen en andere spelen’ de volgende melodie (datering 18e eeuw):

 

 

In dezelfde publicatie staat bij de afdeling ‘Reien’ (p. 30) deze melodie : 

 

Deze melodie blijkt toch wel goed in de oren te blijven hangen want er zijn nog een 12-tal andere teksten op gemaakt. Enkele voorbeelden:

Laura Hiel, Kinderspelen en liederen uit het land van Dendermonde op pag. 90:

Allemaal op trok er zijn pree, Zuipen was 't eerste, zuipen was ’t eerste

Allemaal op trok er zijn pree Zuipen was het eerste zuipen

Of deze:

(naar een opname te Deurne in 1973 van mevr.  I. Roelants-Peeters, geleerd van haar moeder)

Mie Mut (mijn moeder) he patatten geplant, achter de meulen, achter de meulen

Mie Mut he patatten geplant, achter de meulen in het zand.

Mie Mut he patatten gezet achter de meulen, achter de meulen

Mie Mut he patatten gezet achter de meulen van terven

Mie Mut he patten gehakt achter de meulen, achter de meulen

Mie Mut he patatten gehakt en aan iederen bos ne stront gekakt.

 

 

Voilà, genoeg gepraat.  Hier mag ook nog gedanst worden. En laat het gezegd worden, het is een dans voor jongens/mannen.  Het mag gerust een beetje stoer gedanst worden.

Wil je de dansbeschrijving- als geheugensteuntje- meezingen, hebben we de volgende, originele, tekst.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Ooye Johnny
een jaar geleden

Biggenabosch blijkt Buggenhout Bos te zijn.
Tof zo een reactie te krijgen van lezers!
Altijd fijn om samen te kunnen werken en respons te krijgen!